Dam bouwen

Bouw je dam tijdens een aardrijkskundeles die bijvoorbeeld over rivieren gaat. Dit proefje is voor waterfanaten die niet bang zijn voor vieze handen! Het duurt ongeveer 20 tot 25 minuten.

Een echte dam werkt hetzelfde als de dam die je zelf gaat bouwen. Het water wordt tegengehouden door sterk materiaal, zoals stenen en beton, en wordt voorzichtig doorgelaten naar de andere kant. Op die manier blijft het stromende water onder controle.

Wat heb je nodig?

Zorg zelf voor:

  • Water
  • Gieter met een inhoud van minimaal 5 liter
  • 1 kg zand
  • 0,5 kg natuurklei

Uit het pakket haal je:

  • 10 lange satéstokjes

Hoe doe je het?

  1. Maak een berg zand van ongeveer 50 cm lang, 50 cm breed en 10 cm hoog. Deze berg noemen we vanaf nu ‘het land’.
  2. Maak hier nu met je vinger een geul dwars doorheen. Zo verdeel je ‘het land’ in tweeën. Deze geul is de ‘rivier’.
  3. Laat de rivier stromen door er vanaf één kant water in te gieten.
  4. Nu gaan we proberen om de rivier onder controle te krijgen met een dam. Verstevig de oevers van de rivier met klei.
  5. Leg flink wat klei in het midden van de rivier. Zo stop je de stroming van de rivier.
  6. Als je nu water in de rivier giet, zie je dat het water aan de ene kant van de dam blijft staan.
  7. Zorg er nu voor dat de rivier aan de ene kant niet overstroomt. En zorg ervoor dat er aan de andere kant geen droge geul ontstaat. De dam moet dus steeds een klein beetje water doorlaten. Dit doe je door hem een beetje van vorm te veranderen. Bijvoorbeeld door hem met zand en satéstokjes te bewerken. Net zolang tot de rivier onder controle is.

Je kunt niet met al het materiaal een dam bouwen. Dat merk je aan het verschil tussen zand en klei. Klei blijft liggen, zand stroomt mee.

Tip

Dit proefje doe je het beste buiten.

Download

Dam bouwen (pdf, 298 kB)