Meet de regen

Meet de regen met een zelfgemaakte regenmeter. Dit proefje kun je alleen of met z’n tweeën doen. De voorbereiding duurt ongeveer 10 minuten. Je kunt het voorbereiden tijdens een les handvaardigheid, biologie of aardrijkskunde.

Meet op een simpele manier hoeveel regen er binnen een bepaalde periode (week, maand, jaar) valt. Bepaal zelf wanneer je de uitkomst van het proefje bekijkt. Hoe meer regen, hoe beter! Hierna kun je natuurlijk zelf bepalen hoe lang je de regenmeter wilt gebruiken.

Wat heb je nodig?

Zorg zelf voor:

  • Water
  • 1 lege frisdrankfles
  • 1 afgeknipt meetlint (minimaal 10 cm)
  • Gekleurd plakband

Uit het pakket haal je:

  • Zakje grind
  • Scheplepel

Hoe doe je het?

  1. Knip de fles doormidden.
  2. Schep 5 scheplepels grind in het onderste deel van de fles. Zo waait deze niet om als je hem buiten neerzet.
  3. Plak - iets boven het grind - gekleurd plakband om de fles heen.
  4. Vul de fles tot het gekleurde plakband met water.
  5. Plak het meetlint vanaf het gekleurde plakband verticaal (van onder naar boven) op de buitenkant van de fles.
  6. Zet het bovenste deel van de fles, zonder dop, ondersteboven in het onderste deel. Zet de regenmeter buiten stevig in de grond. Doe dit ergens op een plek waar de regen goed gemeten kan worden.
  7. Ga na een flinke regenbui kijken hoeveel water er gevallen is.

Download

Meet de regen (pdf, 300 kB)